De branchevereniging van Nederlandse experts in zonne-energie!

Factchecker zonnestroom

00252aHSweb

In het debat over duurzame energie wordt steeds meer nadruk gelegd op het gebruik van zonne-energie (hiermee wordt zonnestroom bedoeld). Installateurs van zonnepanelen draaien overuren om huishoudens, ondernemers en gemeenten te voorzien van zonnepanelen. Tot nu toe vormt zonne-energie nog maar een klein deel van het totaal aan duurzame energie, maar het opgesteld vermogen aan zonne-energie groeit fors. Welke potentie heeft zonne-energie in Nederland? Wordt zonne-energie de belangrijkste bron van duurzame energie in Nederland? In deze factchecker zijn de feiten en prognoses op een rij gezet aan de hand van vijf stellingen.
 

1. Zonne-energie voorziet de komende 20 jaar in niet meer dan 5% van onze energiebehoefte.

Eerst een paar feiten op een rij.

Het CBS monitort hoeveel vermogen aan zonne-energie (fotovoltaïsch: directe omzetting van zonnestraling in elektriciteit) in Nederland is geïnstalleerd. Eind 2013 stond er een totaal geïnstalleerd vermogen van 739 MW (bron). Het CBS schat in dat deze zonnepanelen bij elkaar 516 miljoen kWh hebben geproduceerd en daarmee 0,43% van het totale elektriciteitsverbruik. Het aandeel in het totale energieverbruik is kleiner, namelijk 0,09%, omdat elektriciteit ongeveer 20% van het totale (finale) energieverbruik betreft (bron en bron). De voorlopige cijfers voor eind 2014 wijzen op een zonnestroomproductie van 724 miljoen kWh en daarmee een aandeel van 0,62% in het elektriciteitsverbruik (bron). Het opgestelde vermogen zal naar verwachting in 2014 de 1 GW (= 1.000 MW) zijn gepasseerd. Bovenstaande cijfers zijn overigens schattingen; exacte cijfers ontbreken.

Wat kunnen we verwachten aan groei van zonne-energie in Nederland? Op kortere termijn verwacht Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) dat zonne-energie in Nederland zal doorgroeien naar 5 GW in 2020. Dat is dus een vervijfvoudiging. Ook daarna is het eind nog niet in zicht. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft in zijn studie ‘Naar een schone economie in 2050’ (2011) geschreven dat het (technisch) potentieel voor zonnestroom 93 GW is.

Het technisch potentieel voor zonnestroom kan groot zijn, uiteindelijk wordt de inzet daarvan bepaald door de kostprijs van de technologie en de opbrengsten van zonnestroom op de momenten dat deze beschikbaar is. Een goede afstemming van vraag en aanbod van stroom is in de toekomst een veel bepalender factor dan het technisch potentieel. Zo zit tussen de zomer- en winteropbrengst van zonnepanelen ongeveer een factor 10. Welk aandeel zonnestroom in de elektriciteitsmix zal hebben, zal in grote mate afhangen van de ontwikkelingen op het gebied van elektriciteitsopslag (voor korte en langere periodes) en van het uitbreiden van de elektriciteitsverbindingen met andere landen. Windenergie en zonne-energie vullen elkaar in dat opzicht aan: het aanbod van windenergie is in de winter juist hoger wanneer het aanbod van zonne-energie lager is.

Het Centraal Planbureau (CPB) heeft recent een rapport gepubliceerd waarin wordt geconcludeerd dat zonne-energie een marginale rol zal hebben in de toekomstige Europese elektriciteitsvoorziening en windenergie een belangrijke rol zal spelen. In het meest optimistische scenario zal zonnestroom maximaal 8% van de elektriciteitsvraag invullen. Dat komt in de analyse van het CPB vooral omdat het zo lastig (duur) is het verschil in zomer- en winteropbrengsten te overbruggen.

Prof. dr. Wim Sinke van ECN heeft verschillende kanttekeningen geplaatst bij deze studie van het CPB. Zo wijst hij erop dat het CPB te pessimistisch is over de kostprijs van zonnestroom en nog onvoldoende oog heeft voor de snelle ontwikkelingen op het gebied van power-to-heat, power-to-gas en power-to-products. Het CPB kijkt slechts naar het elektriciteitssysteem, maar onvoldoende naar wat heet systeemintegratie. Overigens wijst het CPB in zijn studie zelf ook op de beperkingen ervan, zoals het feit dat door de gekozen methodologie elektriciteitsopslag niet goed kan worden meegenomen, en geeft aan dat vervolgstudie nodig is.

2. Zonne-energie heeft de potentie om een volwaardig alternatief voor windenergie of biomassa te worden?

Het kenmerkende voor wind- en zonne-energie is dat beide bronnen niet altijd beschikbaar zijn. Dat betekent dat ze altijd onderdeel moeten zijn van een groter systeem met andere flexibele bronnen van elektriciteit. Om tot een volledig duurzame energievoorziening te komen, zijn eigenlijk alle opties vooralsnog nodig. Zonne-energie is dus geen alternatief voor windenergie of biomassa. Deze technologieën vullen elkaar juist goed aan.

3. Zonne-energie is vooral geschikt voor kleinschalig gebruik (consumenten en kleinschalige bedrijven of gemeenten). Grootschalige inzet is in Nederland niet mogelijk.

Zoals hiervoor al is aangegeven, is het technisch potentieel voor zonne-energie in Nederland behoorlijk groot. Een groot voordeel van zonne-energie is dat het een schaalbare technologie is: van een paar zonnepanelen op een woning tot duizenden zonnepanelen in een zonnepark. Het is daarnaast toepasbaar op plekken die anders niet worden gebruikt, zoals daken. Omdat Nederland een dichtbevolkt en dichtbebouwd land is, is het belangrijk dat primair het onbenutte dakoppervlak wordt gebruikt voor de opwekking van zonnestroom (bron). Hoeveel zonnepanelen er de komende jaren worden geïnstalleerd, zal in belangrijke mate afhangen van de kostprijsontwikkelingen en de mate waarin deze technologie door de overheid wordt gestimuleerd. De ontwikkelingen in elektriciteitsopslag, elektriciteitsnetten en nuttige omzetting in andere energiedragers zullen bepalend zijn voor de potentie van zonne-energie de komende decennia.

4. Nederland is wegens het klimaat niet geschikt voor een breed gebruik van zonne-energie.

Het klopt dat in andere regio’s in de wereld er meer zonlicht is en zonnestroom daardoor goedkoper te produceren is. Maar dat betekent niet dat Nederland niet geschikt is voor zonne-energie. In Duitsland worden onder vergelijkbare omstandigheden grote hoeveelheden zonnestroom geproduceerd. Dat kan in Nederland ook. De kostprijs van de geproduceerde zonnestroom zal een belangrijke rol spelen in de groei van zonne-energie in Nederland, maar ook de wijze waarop zonne-energie door de overheid gestimuleerd zal worden.
Begin dit jaar heeft het Fraunhofer-Institute for Solar Energy Systems een belangrijke studie gepubliceerd over de kosten van zonne-energie. Fraunhofer verwacht dat over niet al te lange tijd in veel regio’s in de wereld zonnestroom de goedkoopste vorm van elektriciteit zal zijn: 4-6 ct/kWh in 2025 en 2-4 ct/kWh in 2050. In Nederland zal de kostprijs iets hoger zijn, maar nog steeds concurrerend kunnen zijn met andere bronnen van elektriciteit.

5. De hoge kosten van de aanleg maken dat zonne-energie voor zowel consumenten als bedrijven nooit aantrekkelijk zal worden.

Hoe aantrekkelijk zonne-energie voor consumenten en bedrijven is, is afhankelijk van het samenspel van kostprijs, de waarde van de stroom en de wijze waarop de overheid zonne-energie (en andere technologische ontwikkelingen op het gebied van elektriciteitsopslag etc.) stimuleert. Dit samenspel zorgt er nu voor dat al veel consumenten en bedrijven hebben geïnvesteerd in zonne-energie en een aantrekkelijk rendement verwachten. Overigens blijkt uit de Nationale Energie Verkenning (NEV) dat het aantal banen dat gerelateerd is aan zonne-energie in NL flink is gegroeid, door werk bij installateurs, maar ook door werk aan export van zonnetechnologie.

Conclusie:

Het aandeel zonne-energie in het totale energieverbruik was in 2013 kleiner dan 0,1%. Dit aandeel zal de komende decennia echter fors groeien. Hoe groot deze groei zal zijn, hangt sterk af van technologische ontwikkelingen binnen en buiten de zonne-energiesector en van het stimuleringsbeleid van overheden. De kostprijs van zonne-energie zal naar verwachting de komende decennia blijven dalen. Technologieën voor opslag van elektriciteit en conversie naar andere energiedragers zullen eveneens naar verwachting een belangrijke rol gaan spelen en de groei van zonne-energie in de elektriciteitsmix katalyseren.
 

Deze factchecker is samengesteld door de SER
Met dank aan Henri Bontenbal
 

Verder lezen?
Fraunhofer ISE (2015): Current and Future Cost of Photovoltaics. Long-term Scenarios for Market Development, System Prices and LCOE of Utility-Scale PV Systems (link)
IEA (2014): Technology Roadmap Solar Photovoltaic Energy (link)
PBL& ECN (2011): Naar een schone economie in 2050: routes verkend (link)
PBL & DNV GL (2014): Het potentieel van zonnestroom in de gebouwde omgeving van Nederland (link)
CPB (2015): Technological Uncertainty in Meeting Europe’s Decarbonisation Goals (link)
ECN/PBL/CBS (2014): Nationale Energieverkenning 2014 (link)
CBS (2015): Elektriciteit in Nederland (link)

Deel via: