De branchevereniging van Nederlandse experts in zonne-energie!

Rapport Hollands Solar - Ruimte voor zonne-energie in Nederland 2020-2050

Voorzijde

In Nederland wordt jaarlijks ongeveer 3300 PJ aan primaire energie gebruikt, vooral in de vorm van aardgas, aardolie en steenkool. Na aftrek van omzettingsverliezen (~500 PJ, met name bij elektriciteitsopwekking) en het niet-energetische gebruik van fossiele brandstoffen (~650 PJ, vooral als grondstof in de chemische industrie), resulteert dit in een finaal energiegebruik van ongeveer 2150 PJ.

Zonne-energie technieken kunnen op langere termijn bijdragen met 300-700 PJ binnenlands opgewekte energie en zodoende tientallen procenten van de energietransitie voor hun rekening nemen. Zowel voor zonnestroom als zonnewarmte toepassingen is veel potentieel in verschillende sectoren.

Potentieel zonnewarmte

Het potentieel voor zonnewarmte wordt grotendeels bepaald door de warmtevraag en verschillende sectoren en de kenmerken daarvan. Zonnewarmte heeft minder dakruimte nodig, omdat het een hoger rendement heeft. Er is hiervoor naast zonnestroom voldoende ruimte te vinden op de daken.

Zonnewarmte technieken kunnen op korte termijn versneld toegepast worden bij huishoudens, recreatie & sport & wellness en de agrarische sector. Voor de langere termijn is er veel potentie voor zonnewarmte in de industrie, o.a. in de foodsector en het invoeden in warmtenetten vanuit zonnecollectorvelden.
 

Potentieel zonnestroom

Het potentieel voor zonnestroom wordt in Nederlands grotendeels bepaald door 400km2 dakoppervlak, 200km2 civiele werken en 200 km2 parkeerterreinen. Opstellingen in het open veld zijn buiten beschouwing gelaten. 

Ruimtelijk potentieel

Zonnestroom technieken kunnen op korte termijn vooral groeien bij de grondgebonden woningen in particulier bezit. Daarnaast is er een groot potentieel bij utiliteit (scholen en ander maatschappelijk vastgoed) en agrarische sector. Er wordt voorts een groot potentieel gezien in combinatie parkeerruimte en elektrisch vervoer, alsook toepassingen op civiele werken.

Om het ruimtelijk potentieel goed te kunnen benutten voor zonne-energie worden een aantal aanbevelingen gedaan in het kader van ruimtelijke taken van de overheid.

  • Het gebruik van ruimte op en rond civiele werken zal eenvoudiger gerealiseerd moeten kunnen worden. Een passend ruimtelijk ordeningskader hiervoor is dan noodzakelijk.
  • Sturing op gebruik van parkeergarages en -terreinen voor zonnestroom, in combinatie met elektrisch vervoer is nodig.
  • Eisen in het bouwbesluit zouden aangepast moeten voor het verzekeren van optimale mogelijkheden voor toepassingen van zonne-energie. Denk hierbij aan ruimte voor installaties en opslag, dak-doorvoeren, ruimte op daken, enz.
  • Onderzocht zou moeten worden welke mogelijkheden er zijn voor het garanderen van schaduwvrijheid voor eigenaren van zonne-energie installaties.
  • Er is behoefte aan actuele data over energieverbruik en -opwekking per regio en landelijk. Dit versnelt het vermarkten van duurzame decentrale energie.

Rol voor de overheid

De ontwikkeling van zonne-energie vraagt in Nederland verder een level playing field en een consistent langer termijn beleid voor regelgeving en fiscale of financiële instrumenten.

Met relatief weinig moeite vanuit de overheid kan er een grote groei verwezenlijkt worden in verschillende sectoren Dit zijn o.a. maatschappelijk vastgoed, MKB, agrariërs, food industrie, wellness en woningcorporaties. Belangrijke aandachtspunten zijn:

  • De onzekerheid over financiële rendementen moet worden opgelost. Financieringskansen worden snel hoger door meer zekerheid over rendement. Behoud van salderen met een fluwelen overgang naar nieuwe regeling na 2020 of later, het verhogen van SDE+ budget en betere garantstellingen voor projecten verhoogt slagingskans van projecten.
  • Er is blijvende aandacht nodig voor mogelijkheden voor particulieren en MKB zonder eigen dak. De postcoderoosregeling vraagt verbetering of andere oplossingen moeten op korte termijn ontwikkeld worden.
  • Het mogelijk maken voor woningcorporaties om huurtellingsystematiek aan te passen aan alle type energieopwekking, dus ook zonnepanelen.
  • Het verbeteren van opties voor zonnewarmte; zoals een aanpassing van de energiebelasting op gas; het verbeteren van zonnewarmte in SDE+ door een hoger totaalbudget en verbeteren rekensystematiek. Zonnewarmte systemen tot 100 m2 kennen geen enkele stimulering, dit zou moeten veranderen. Voor zeer grote systemen zou invoeding in warmtenetten mogelijk gemaakt moeten worden.
  • De implementatie van energieprestatielabels en de handhaving van energieprestaties van gebouwen.
  • Het faciliteren van het clusteren van projecten, bijvoorbeeld bij maatschappelijk vastgoed, om beter kapitaal te kunnen aantrekken.

 

Deel via: