De energietransitie dreigt vast te lopen, niet door een tekort aan zonne-energie, maar door een energiesysteem dat daar niet op is ingericht. Dat is de kernboodschap van het rapport Charging Ahead – A Roadmap for an Electrified, Competitive and Resilient European Energy System van Copenhagen Infrastructure Partners (CIP). Zon kan technisch en economisch uitgroeien tot de grootste elektriciteitsbron van Europa, maar alleen als netten, opslag en marktregels gelijktijdig veranderen. Zonder die ingrepen nemen netcongestie, afschakeling van zon en afhankelijkheid van gas juist toe. Voor Nederland is dit een urgent signaal: meer zon alleen is niet genoeg, het energiesysteem moet nú mee veranderen om verdere groei mogelijk te houden.
5 kernpunten van het rapport:
Betaalbare energie als basis voor economische kracht
In het voorwoord benadrukt energietransitie-expert Michael Liebreich dat energie in Europa geen gewone handelswaar meer is. Energieprijzen bepalen steeds meer hoe sterk industrieën kunnen concurreren en hoe afhankelijk Europa is van andere landen.
Europa heeft structureel hogere energieprijzen dan veel andere regio’s. Dat komt onder meer doordat we veel fossiele brandstoffen importeren. Volgens CIP kan grootschalige elektrificatie, op basis van hernieuwbare energie zoals zon, die afhankelijkheid verminderen en zorgen voor stabielere en beter voorspelbare energiekosten.
Zonne-energie wordt grootste elektriciteitsbron
In het zogenoemde Competitive & Resilient-scenario groeit het opgesteld vermogen aan zonne-energie richting 1.680 gigawatt in 2050. Daarmee levert zon het grootste aandeel van de Europese elektriciteitsproductie.
Die groei is nodig om te voldoen aan de sterk stijgende vraag naar elektriciteit, bijvoorbeeld door elektrische auto’s, warmtepompen en verdere elektrificatie van de industrie. Zonne-energie heeft daarbij duidelijke voordelen: projecten zijn relatief snel te realiseren en de kosten zijn competitief.
Tegelijk maakt het rapport duidelijk dat deze groei alleen haalbaar is als netten worden uitgebreid en er voldoende flexibiliteit beschikbaar is om vraag en aanbod op elkaar af te stemmen.
Elektriciteitsnetten vormen de grootste rem
Een van de belangrijkste conclusies uit het rapport is dat het elektriciteitsnet de grootste beperkende factor is voor de energietransitie. Zonne- en windenergie groeien sneller dan de uitbreiding van de netten kan bijbenen.
Volgens CIP is tot 2050 ongeveer 2,9 biljoen euro aan investeringen nodig in transmissie- en distributienetten. Als die investeringen uitblijven of te laat komen, leidt dat tot meer netcongestie, vaker afschakelen van duurzame opwek en hogere systeemkosten. Ook blijven gascentrales dan vaker de elektriciteitsprijs bepalen.
Opslag essentieel voor een stabiel energiesysteem
Energieopslag, vooral in de vorm van batterijen, speelt volgens CIP een sleutelrol in een energiesysteem met veel zon en wind. In het scenario groeit de batterijcapaciteit in Europa door naar ongeveer 350 gigawatt in 2050.
Opslag helpt om elektriciteit op te slaan op momenten met veel zon en deze later te gebruiken wanneer de vraag hoger is. Dat maakt het systeem stabieler, vermindert piekbelasting op het net en verkleint de kans dat duurzame elektriciteit verloren gaat. De kosten van deze flexibiliteit zijn volgens CIP relatief beperkt in verhouding tot de voordelen voor het hele energiesysteem.
Marktregels bepalen of zon en opslag kunnen doorzetten
Volgens CIP zijn de benodigde technologieën grotendeels beschikbaar, maar sluit het huidige markt- en regelgevingskader daar nog onvoldoende op aan. Elektriciteitsmarkten belonen vooral de productie van energie, terwijl flexibiliteit, beschikbaarheid en balancering nauwelijks worden vergoed.
Daarnaast wijst CIP erop dat opslagprojecten in de praktijk worden afgeremd door regels en nettarieven, bijvoorbeeld doordat opslag dubbel netkosten betaalt of geen toegang heeft tot meerdere markten. Dat maakt investeren in opslag minder aantrekkelijk, terwijl die juist cruciaal is voor een goed werkend energiesysteem.