De verkiezingen van 2025 komen eraan. Hoe kijken de partijen aan tegen onderwerpen die spelen in de zonne- en windenergiesector? NedZero en Holland Solar gingen in gesprek met Peter de Groot, nummer 16 op de lijst van de VVD en tevens klimaatwoordvoerder in de kamer.
Peter de Groot komt oorspronkelijk uit Harderwijk, Gelderland en is afkomstig uit een echt ondernemersgezin. Na zijn studie technische bestuurskunde werkte hij in de infrastructuursector en groeide door tot het management. Daarnaast is hij lang actief geweest in de lokale politiek als gemeenteraadslid en fractievoorzitter in Harderwijk. De afgelopen jaren heeft hij zich in de Kamer met name gericht op het dossier wonen, maar inmiddels heeft hij ook klimaat en energie in zijn portefeuille zitten. We spreken hem over beter benutten van opgewekte stroom, windmolens bij bedrijventerreinen en agri-pv: kansen, randvoorwaarden en draagvlak.
"We zijn duidelijk in een nieuwe fase beland: het gaat niet alleen om zoveel mogelijk panelen, maar om slimme inzet van zonne-energie."
U heeft eerder aangegeven dat u thuis zonnepanelen heeft, wat gaat u doen met uw zonnestroom vanaf 2027, als salderen wordt afgeschaft?
"Het belangrijkste is dat ik zoveel mogelijk zelf wil verbruiken op het moment dat ik het opwek. In de weekenden laad ik bijvoorbeeld mijn auto met zonnestroom. Op dit moment gebruiken wij zelf ongeveer 40% van de stroom die we opwekken. Een duidelijkere energierekening kan consumenten helpen om bewuster te worden van wat ze doen met hun stroom en het gevoel geven dat ze grip hebben op hun energierekening. We moeten ook kijken hoe we terugleverheffingen van energieleveranciers makkelijker met elkaar kunnen vergelijken. Daarnaast willen wij als VVD ook dat het mogelijk wordt om stroom met elkaar te delen. We zijn duidelijk in een nieuwe fase beland: het gaat niet alleen om zoveel mogelijk panelen, maar om slimme inzet van zonne-energie."
Er wordt al lang gesproken over landelijke afstandsnormen voor windturbines op land. Hoe kijkt u aan tegen het idee van uniforme landelijke normen, en welke effecten verwacht u daarvan op de energietransitie en ruimtegebruik?
"Wij zijn voorstander van landelijke afstandsnormen. Dat geeft duidelijkheid voor omwonenden en projectontwikkelaars. Tegelijkertijd moet er ruimte blijven voor lokale uitzonderingen. Een boer die zelf een windmolen wil plaatsen en de enige omwonende is, moet die mogelijkheid behouden bijvoorbeeld. Wel is duidelijk dat landelijke afstandsnormen ervoor zorgen dat veel locaties afvallen."
De industriële vraag naar groene stroom groeit momenteel minder snel dan verwacht, waardoor de businesscase voor wind op zee onder druk staat. In uw verkiezingsprogramma staat dat u vol inzet op wind op zee, wat is daarvoor nodig?
"Voor de VVD is wind op zee de toekomst. Daarvoor moeten we realistisch kijken naar de afnemers van die groene stroom, de industrie. We moeten heel hard werken om de verduurzaming van de industrie en de ontwikkeling van wind op zee bij elkaar te krijgen. Als de ontwikkeling van wind op zee harder gaat dan de verduurzaming van de industrie is er een kans dat die stroom wegvloeit naar het buitenland.
De verduurzaming van de industrie moeten we ook uit Europees perspectief bekijken, want we willen waarborgen dat sprake blijft van een gelijk speelveld. Een routekaart voor de verduurzaming van de industrie is daarin belangrijk, maar de uitrol van wind op zee kan niet stil komen te vallen. We willen wind op zee daarom ondersteunen met contract for difference mechanisme."
Hoe kunnen we de capaciteit op het elektriciteitsnet beter benutten? Ziet u ook kansen voor wind en zonneparken op land in de buurt van bedrijven waar vraag naar duurzame stroom hoog is?
"Er zijn drie dingen nodig: netten verzwaren, opwekken waar de vraag hoog is, en zorgen voor slimme uitwisseling.
Nu krijgen bedrijven een aansluiting op basis van hun piekcapaciteit, terwijl die vaak maar een paar procent van de tijd nodig is. Dat is inefficiënt, zeker omdat er ondertussen andere ondernemers op de wachtlijst staan voor een grotere aansluiting. Veel bedrijventerreinen zijn al innovatief met energy hubs, die de bestaande capaciteit beter benutten en lokaal extra capaciteit realiseren met zon, wind en opslag.
Daarnaast moeten we vergunningen voor netuitbreiding sneller regelen, eventueel via noodwetgeving. En op plaatsen waar de vraag naar groene stroom hoog is moeten we opwek realiseren."
De wereldwijde vraag naar groene energietechnologieën groeit snel, dit biedt onder andere kansen voor de maakindustrie. Hoe kan Nederland deze ontwikkeling benutten om de eigen maakindustrie voor duurzame technologieën te versterken?
"De wereldwijde vraag naar groene technologie groeit. Kijk naar de groeiende vraag naar zonnepanelen, windmolens en laadpalen. Maar groene energietechnologie is niet de enige markt die groeit. Denk ook aan chips en AI bijvoorbeeld. Nederland moet keuzes maken en moet investeren in die sectoren waar wij sterk in willen zijn.
Nederland staat vooraan wat betreft kennis en innovatie, maar bij het opschalen is er stevige concurrentie met landen als China en de VS zwaar. Daarom pleiten we voor investeringsmaatschappij die start-ups en scale-ups ondersteunt. Dat kan gaan om het ondersteunen van productenfaciliteiten, maar ook het ondersteunen van bedrijven die kennis en diensten exporteren."