Wytske Postma is sinds 6 december 2023 Tweede Kamerlid namens Nieuw Sociaal Contract (NSC). Eerder was zij van 2019 tot 2021 Kamerlid voor het CDA en werkte ze ruim tien jaar bij de ANWB als public-affairsprofessional en manager participatie & vrijwilligers. We spreken haar onder meer over het beter benutten van de stroom die we opwekken, windmolens bij bedrijventerreinen, agri-pv en de betaalbaarheid van de energierekening.
Heeft u zonnepanelen? Wat gaat u met uw stroom doen vanaf 2027, wanneer u niet meer mag salderen?
“Ik heb er twaalf op mijn dak liggen en die liggen er al een tijd — een jaar of zeven à acht. Die hebben zich dus al terugverdiend voor de afschaffing van de salderingsregeling. Eigen verbruik verhogen blijft natuurlijk een manier om de energierekening omlaag te brengen, dus dat betekent; de wasmachine aanzetten als de zon schijnt. Ik ben ook op zoek naar een tweedehands auto, dus ik kijk naar een plug-in- of hybride model, om die als accu te gebruiken. Ook onderzoek ik of een thuisbatterij voor mij interessant is.
Vanuit NSC willen we de thuisbatterij ondersteunen vanuit de ISDE-subsidie. Met een thuisbatterij wordt het veel makkelijker om je eigen verbruik te verhogen, en dus om je investering in zonnepanelen terug te verdienen. Zo blijven zonnepanelen rendabel voor de mensen die ze al hebben, en aantrekkelijk voor degenen die overwegen ze aan te schaffen. Dan moet er ook nog wel echt gekeken worden naar de veiligheid van thuisbatterijen en onderzoeken we de noodzaak van certificering. Wat betreft warmtepompen staat de hybride warmtepomp als norm in ons verkiezingsprogramma.”
Er wordt al lang gesproken over landelijke afstandsnormen voor windturbines. Hoe kijkt u aan tegen het idee van uniforme landelijke normen, en welke effecten verwacht u daarvan op de energietransitie en ruimtelijke ordening?
“Er is op dit moment een grote discussie gaande over welke normen we zouden moeten hanteren. Wat mij betreft staat de overlast voor omwonenden centraal. Die hebben voornamelijk last van geluid, dus daar moeten we naar kijken. Een afstandsnorm neerzetten vinden we te kort door de bocht, zeker ook omdat het opwek op wenselijke locaties kan blokkeren, zoals bij bedrijventerreinen bijvoorbeeld.
We zien in Nederland vaak dat er toch een woning op een bedrijventerrein staat, of een woonhuis op een aangrenzend agrarisch perceel. Als we te strak kijken naar een afstand tot aan de gevel van een woning dan zouden die projecten misschien stil komen te liggen. Dus je moet echt oppassen met hoe je die norm neerzet.
Wij pleiten dus niet voor uniforme normen, maar voor normering op basis geluid met de Lden (redactie: day-evening-night level — het jaargemiddelde geluidsniveau, waarbij geluid in de avond en nacht zwaarder meetellen). Daarmee heb je in onze ogen de beste garantie om omwonenden daadwerkelijk gerust te kunnen stellen.”
De industriële vraag naar groene stroom groeit momenteel minder snel dan verwacht, waardoor de businesscase voor wind op zee onder druk staat en het onzeker is of er voldoende interesse zal zijn voor de tender in oktober 2025. In maart heeft u een motie ingediend waarin u oproept om een Contract for Difference (CfD) te onderzoeken voor wind op zee. Wat is er volgens u nodig om te zorgen dat wind op zee voldoende steun krijgt?
“Ik denk dat we in een situatie terecht zijn gekomen waarin we inderdaad niet meer zonder ondersteuningsmechanisme kunnen, na een luxueuze periode waarin we zonder subsidie windparken aan konden leggen. De vraag blijft achter, ook omdat de maatwerkafspraken met de industrie vertraagd zijn.
NSC wil garanderen dat er vanaf 2027 ondersteuning is voor wind op zee in de vorm van een double-sided CfD. Dat ondersteuningsmechanisme kan niet eerder dan 2027 in werking treden. Daarmee is de aankomende tender van oktober 2025 nog niet geholpen en ook voor de tenders van 2026 is het spannend. Voor 2026 zou je de SDE++-regeling open moeten stellen om de uitrol van wind op zee te ondersteunen. Het is noodzakelijk dat daar budget voor komt maar we moeten opletten, want 2026 is al snel.”
De wereldwijde vraag naar groene energietechnologieën groeit snel; dit biedt onder andere kansen voor de maakindustrie. Hoe kan Nederland deze ontwikkeling benutten om de eigen maakindustrie voor duurzame energietechnologieën te versterken?
“We hebben in Nederland een hoogwaardige maakindustrie voor groene energietechnologie. Dat daar strategische kansen liggen zien we ook terug in het Draghi-rapport over de toekomst van het Europese concurrentievermogen.
Om deze sector te stimuleren vind ik een Europese aanpak van belang. Denk bijvoorbeeld aan de Net Zero Industries Act (NZIA), daarin wordt gekeken naar manieren om te voorkomen dat we te afhankelijk zijn van bijvoorbeeld Chinese supply chains voor groene energietechnologie, maar daarmee stimuleer je gelijk je eigen industrie. Daar zie ik kansen.”
Voor 2030 zijn er opwekdoelen gesteld om de doelstellingen uit de Klimaatwet te halen. Is het stellen van concrete opwekdoelen effectief geweest? En is het wenselijk om opwekdoelen te stellen voor 2040 of een doel voor CO₂-reductie vast te leggen in de klimaatwet?
“Doelen hebben een belangrijke rol gespeeld in de opstartfase van opwek op zee en op land. Juist omdat iedereen in het begin dacht: dit moeten we allemaal nog zien. Ik ben in het begin nog een keer gaan kijken naar de windmolens vanaf de Scheveningse kust samen met de Koning, toen nog als directeur van Stichting De Noordzee. En ik dacht: ‘Het staat er gewoon!’ Daar hadden we die doelen voor nodig; dat heeft dus echt gewerkt om te kunnen starten.
We zijn nu aangekomen in een nieuwe fase waarin doelstellingen minder belangrijk zijn dan beleid. Van doelen worden tenders voor wind op zee immers niet aantrekkelijker. Wat belangrijk is, is om ontwikkelaars investeringszekerheid te bieden. Er zijn langjarige investeringen gedaan, er zijn gebieden voor opwek aangewezen, er zijn uitbreiding van de havens ingetekend. Die ontwikkelingen moeten doorgaan en dat ondersteunen we het beste met betrouwbaar beleid, niet met nieuwe doelen. Tegelijkertijd blijven we wel de bestaande doelen ondersteunen en blijven we toewerken naar klimaatneutraal in 2050."