Tweede Kamer Verkiezingen: in gesprek met Suzanne Kröger (GL-PvdA)

Geplaatst op:

De verkiezingen van 2025 komen eraan. Hoe kijken de verschillende partijen aan tegen onderwerpen die spelen in de zonne- en windenergiesector? NedZero en Holland Solar gingen in gesprek met Suzanne Kröger, nummer 12 op de lijst van GroenLinks-PvdA en woordvoerder Klimaat & Energie in de Tweede Kamer.

Suzanne Kröger is Tweede Kamerlid voor GroenLinks-PvdA. Eerder werkte zij ruim tien jaar bij Greenpeace als campagneleider en programmadirecteur, onder meer in Indonesië. In de Kamer zet zij zich in voor klimaatrechtvaardigheid als woordvoerder klimaat en energie. We spreken haar over het versnellen van elektrificatie en energieopslag, de inpassing van windmolens bij bedrijventerreinen, het oplossen van netcongestie en de rol van onderwijs in de energietransitie. Kröger: “Zowel de klimaatcrisis als de geopolitieke crisis waar we nu in zitten wijzen op één antwoord: we moeten zo snel mogelijk af van fossiele energie en over op schone, betaalbare energie van eigen bodem, zodat we niet meer afhankelijk zijn van vervuilend gas uit andere landen.”

Heeft u zonnepanelen? Wat kunnen mensen doen om hun eigen verbruik te verhogen vanaf 2027, wanneer salderen niet meer mogelijk is?
Ik woon in een monumentaal pand. Hierdoor heb je te maken met allerlei andere regelgeving dan bij andere woningen en zijn zonnepanelen nog niet haalbaar gebleken.

Wij vinden het verschrikkelijk dat het salderen abrupt is afgeschaft zonder alternatief. Met name voor mensen met zonnepanelen in sociale huurwoningen die weinig mogelijkheden hebben om hun verbruik op te schroeven terwijl ze met hoge servicekosten worden geconfronteerd.

Ik wil ook energiedelen mogelijk maken. Daarom hebben we een amendement ingediend bij de Energiewet dat dit mogelijk maakt. Daarbij maken we ons zorgen dat de thuisbatterij enorm in opkomst is bij de welgestelden, maar dat er niets geregeld is voor mensen die minder te besteden hebben. Dat zou je collectief moeten regelen samen met de netbeheerder: de buurtbatterij. Dat kan ook via een systeem met elektrische deelauto’s. Er zijn veel opties als je kijkt naar het decentrale energiesysteem en naar manieren om in de wijk zoveel mogelijk zelf op te wekken, te gebruiken en op te slaan. Nu mis ik in het beleid die focus, maar ik denk dat er enorme kansen liggen.”

Er wordt al lang gesproken over landelijke afstandsnormen voor windturbines. Hoe kijkt u aan tegen het idee van uniforme landelijke normen, en welke effecten verwacht u daarvan op de energietransitie en ruimtelijke ordening?
“We hebben de afgelopen jaren een totale stilstand gezien bij wind op land doordat er een impasse is ontstaan over die afstandsnormen. Als je kijkt naar netcongestie, dan is wind op land enorm belangrijk. Wij zouden graag zien dat je op bedrijventerreinen of in energiehubs een windmolen kunt plaatsen. Tuurlijk moeten mensen beschermd worden tegen overlast, maar of landelijke afstandsnormen daarvoor de beste manier zijn is de vraag. Wij vinden ook dat omwonenden moeten meeprofiteren.” 

De industriële vraag naar groene stroom groeit momenteel minder snel dan verwacht, waardoor de businesscase voor wind op zee onder druk staat en het onzeker is of er voldoende interesse zal zijn voor de tender in oktober 2025. Wat is volgens u nodig om dit proces te versnellen en ervoor te zorgen dat wind op zee voldoende steun krijgt?
“Wij pleiten voor het opzetten van een Noordzeepact. Daarin moeten duidelijke afspraken komen tussen windproducenten, netbeheerders en industriële gebruikers, zodat alle partijen zekerheid hebben dat de elektrificatie van de industrie daadwerkelijk doorgaat. Op dit moment zitten we in een patstelling: partijen wachten op elkaar. Dit is bij uitstek een onderwerp waar politiek leiderschap nodig is. De overheid moet samen met de betrokken bedrijven en netbeheerders harde, gezamenlijke afspraken maken.

Nu zien we vooral losse maatwerkafspraken, terwijl we juist moeten kijken naar de industriële clusters als geheel en hoe die aansluiten op de uitrol van windparken. Voor ons is de elektrificatie van de industrie de voorkeursroute en wind op zee is de motor daarvan. Daarnaast is het belangrijk om ook naar zon op zee te kijken, omdat dat een goede aanvulling vormt op windenergie. Voor technieken als CCS en waterstof zie ik een beperktere rol. Om de opwek op zee te ondersteunen, willen we zowel het CfD-mechanisme als een PPA-garantiefonds inzetten.”

De wereldwijde vraag naar groene energietechnologieën groeit snel; dit biedt kansen voor de maakindustrie. Hoe kan Nederland deze ontwikkeling benutten om de eigen maakindustrie voor duurzame technologieën te versterken?
“Dit is een enorme kans voor een land als Nederland. We zijn een land vol kennis en innovatie, en dáár zouden we binnen het industriebeleid veel meer de focus op moeten leggen. Nu kijken we nog te vaak naar de bestaande industrie, die we met subsidies proberen door de verduurzaming heen te helpen. Maar de vraag is: welke industrie willen we in de toekomst eigenlijk in Nederland hebben?

De wereldwijde vraag naar groene energietechnologie zal de komende decennia explosief groeien. Dáár ligt onze kans. We zouden moeten inzetten op het aantrekken van bedrijven die zonnepanelen, windmolens en batterijen produceren en dat ook op een duurzame manier doen. Dat vraagt om gericht beleid én om financiële steun. Nederland is tenslotte een innovatief land, en die voorsprong moeten we benutten.

Daarnaast is het van groot geopolitiek belang dat Europa een eigen groene maakindustrie ontwikkelt. Bij zonnepanelen zien we hoe China de markt is gaan domineren, maar daar kunnen wij iets tegenover zetten. Laten we daarom zelf duurzame, PFAS-vrije en volledig recyclebare zonnepanelen produceren. Om dat mogelijk te maken, moet Europa zorgen dat deze bedrijven kunnen concurreren met goedkope import uit China. Overheden kunnen daarbij het goede voorbeeld geven door hun aanbestedingen te gebruiken om dit soort innovatieve productie te stimuleren.”

Voor 2030 zijn er opwekdoelen gesteld om de doelstellingen uit de Klimaatwet te halen. Is het stellen van concrete opwekdoelen effectief geweest? En is het wenselijk om opwekdoelen te stellen voor 2040 of een doel voor CO₂-reductie vast te leggen in de Klimaatwet?
“Het stellen van concrete doelen is essentieel. Ze geven richting aan gemeenten, provincies en het Rijk, en schetsen wat er nodig is aan energie en hoe de energietransitie vorm krijgt. Ook tussendoelen spelen daarbij een cruciale rol: ze maken het mogelijk om tijdig bij te sturen, zowel bij de opwek van duurzame energie als bij energiebesparing. Juist die tussendoelen zorgen voor zekerheid en stabiliteit, en geven overheden de kans om echt richting te geven.

In de Kamer is niet bij alle partijen draagvlak voor tussendoelen, maar het probleem ligt niet bij het formuleren van doelen, maar bij het uitblijven van actie om ze te behalen. De klimaatcrisis én de huidige geopolitieke spanningen laten één ding zien: we moeten zo snel mogelijk af van fossiele energie. Alleen met schone, betaalbare energie van eigen bodem worden we onafhankelijk van vervuilend gas uit het buitenland.”

Terug naar het overzicht

Word lid van Holland Solar en werk samen met ons aan de toekomst van zonne-energie!